De omstandigheden waren perfect: 20 graden, zon, de kinderen op schoolreis en ik had nog energie. Zoals je misschien weet, leef ik met MS. Dat betekent dat wat ik graag wil, niet altijd overeenkomt met wat mijn lichaam aankan.
Samen met mijn held stapte ik op de fiets. Hij had een mooie gravelroute van 22 kilometer uitgezet. Een flinke uitdaging, want het was mijn eerste echte graveltocht: pittige klimmetjes in het bos, afdalingen door mul zand, scherpe bochten en loslopende honden. Mijn ‘oude ik’ houd echt wel van zo een uitdaging.
Mijn twijfel neemt het over
Na acht kilometer begon ik te twijfelen: doe ik hier wel goed aan? De hobbelige ondergrond rammelde mijn gehavende brein door elkaar. Omdat ik intens moest focussen op waar en hoe ik fietste, bleef er weinig ruimte over om te genieten van het bos, de herfst en de zon. Kon ik dit fysiek wel aan?
Rond kilometer tien kwamen de tranen. De angst. Ik had allerlei plannen in de aanstaande twee dagen. Zou ik daar een streep door moeten zetten als ik nu doorging? Bovendien voelde ik me een blok aan het been van mijn held, die vast ook gewoon lekker door wilde fietsen.
Angst, onzekerheid en frustratie namen het over.
Oud en nieuw gedrag botsen
Achteraf gezien botsten hier mijn oude en nieuwe, noodzakelijke gedrag. Mijn ‘oude ik’ wil doorzetten, niemand tot last zijn en ongemak stilletjes verdragen. Mijn ‘nieuwe ik’ leeft met MS. Dat voelt soms als leven met de handrem erop: voortdurend aftasten hoe mijn lichaam reageert, en berekenen wat een activiteit later van me vraagt. Minder onbevangen doorgaan, meer bewust kiezen.
Maar hoe omarm je nieuw gedrag zonder je oorspronkelijke identiteit te verliezen? Hoe blijf je avontuurlijk en sterk, terwijl je tegelijkertijd beter naar je lichaam luistert?
Ik wilde schreeuwen, huilen en vooral thuis zijn. Alleen stond ik midden in het bos. Ik moest dus een keuze maken. Keuzes zijn er altijd. Ik kon de kortste weg naar huis nemen. Ik kon rustig verder fietsen en de route afmaken. Ik kon zélfs afstappen en teruglopen.
Is doorzetten mezelf negeren?
Ik besloot de route af te maken. Hierbij drukte ik mijn gevoel niet weg, maar ik sprak ze juist uit. Ik gaf mijn tranen en frustratie de ruimte en stemde af met mijn held.
Hij vertelde dat hij samen rustig door het bos fietsen óók heerlijk vond. En dat hij mij helemaal niet als een last zag. Tot zover mijn aannames.
We vertraagden. De druk ging eraf. Uiteindelijk werd het alsnog fijn. En ja, ik ben trots dat ik de route heb afgemaakt.
Toch vraag ik me af wat nu precies de juiste keuze was geweest. Was doorgaan moedig, of viel ik terug op mijn oude patroon? Misschien zit de winst niet in het afmaken van de route, maar in hoe ik dat deed: mijn frustratie uiten, hulp toelaten, afstemmen en het tempo aanpassen.
Dit moment leerde mij (weer) heel veel
Gedragsverandering betekent niet dat je je oude identiteit volledig moet loslaten. Het gaat erom dat je eigenschappen als doorzettingsvermogen en avontuurlijkheid op een nieuwe, gezondere manier inzet.
Dit neem ík mee in míjn proces. Ieder mens én organisatie kan in veranderprocessen hiervan leren. Organisaties zijn ten slotte een groep gewone mensen met ieder hun eigen uitdagingen. Mijn tips zijn:
Wat vind jij: was het goed dat ik de route afmaakte, of had ik beter eerder kunnen stoppen? Heb jij een soortgelijk dilemma ervaren? Deel hem vooral. Misschien helpen we elkaar zo om gezonder met verandering, grenzen en doorzettingsvermogen om te gaan.
September 2026
Geef een reactie